Een blik in de toekomst

Onlangs kreeg ik via het ziekenhuis de vraag om mee te werken aan een studie van Cochlear, de fabrikant van mijn CI. Dat leek me interessant, de technologie die ik nu gebruik om te horen mee helpen verbeteren, is niet alleen in mijn belang, maar ook in dat van andere (toekomstige) gebruikers. Ik had de keuze tussen deelname in mijn vertrouwde ziekenhuisomgeving, of bij het bedrijf zelf, in de ‘Silicon Valley’ van Mechelen.  Dat was een makkelijke, liever iets nieuws.

Dus kwam ik 11 april aan in het gebouw van Cochlear. Ik werd er verwelkomd door Anke, een audiologe die al twintig jaar in dat bedrijf werkt, maar nog steeds enorm gepassioneerd is door haar werk. Ik kreeg een uitvoerige inleiding over het waarom van deze bepaalde studie.

Het kwam er eigenlijk op neer dat ik als proefpersoon een nieuwe test moest ondergaan, die een huidige langdurige test heel wat korter zou kunnen maken. Het was een ‘objectieve’ test, waarbij ik dus niet moest reageren.

De volledige proef duurde ongeveer twee uur, en gedurende een hele tijd werd er van mijn niets anders verlangd, dan daar te zitten terwijl mijn gehoorzenuw werd getest. Ik had mijn boek bij, dus ik heb wat gelezen. Anke benadrukte hoe belangrijk het voor hen is, dat ze mensen vinden die bereid zijn om mee te werken aan dergelijke proeven. Je kan niet alles simuleren in een lab, soms heb je de respons van een echte gehoorzenuw nodig.

Na de proef stelde Anke voor om me het bedrijf te laten zien. Ik was enthousiast om meer te leren over mijn onmisbaar hulpmiddel. Allereerst toonde Anke mij een doorzichtig en fel uitvergroot slakkenhuis. Binnenin zag je de electrode met de 22 receptoren. Bij het spreken lichtten de receptoren op: bij lage tonen helemaal diep in de spiraal, bij hoge tonen aan het begin ervan. Grappig om op die manier gevisualiseerd te zien hoe het ding werkt.

Daarna liet Anke mij de verschillende lokalen zien. In Mechelen wordt er niet echt geproduceerd. Er is vooral een omvangrijke afdeling Research and Development. De chips die in implantaten zitten worden hier voorbereid. De productie ervan wordt uitbesteed. Het meest intrigerende was de ‘clean room’. Omdat het middagpauze was, was er op dat moment niemand aan het werk, maar deze streng beveiligde en gekoelde steriele omgeving, is de plaats waar mensen aan speciale aanpassingen werken. Er worden onder andere elektrodes gemaakt voor proefdieren, of heel specifiek maatwerk voor patiënten met bijvoorbeeld een afwijkend slakkenhuis.

De productie van de elektrodes zoals die die in mijn hoofd geïmplanteerd werd, gebeurt in Australië. Daar is een reusachtige clean room, een zaal waar honderden medewerkers in witte pakken aan het werk zijn in een volledig kiemvrije omgeving. Indrukwekkend vond ik de uitleg van Anke over hoe de elektrode wordt gemaakt: binnen dat dunne plastic draadje, zitten 22 flinterdunne draadjes, die elk met een van de receptoren in verbinding staan. Dat is mensenwerk. De draadjes moeten met de grootste omzichtigheid aangebracht worden, één na één. Er wordt gezocht naar een mogelijkheid om dat werk te automatiseren, maar tot nu toe zonder succes. Dat is dan ook een belangrijke reden voor de hoge prijs van een CI.

Verder liet Anke mij een vitrine zien met de evolutie van de eerste CI’s tot de nieuwste. Steeds kleiner worden die toestelletjes. Bij het allereerste CI in de jaren ’80, moest de patiënt luisteren via een uitwendige computer, en de communicatie gebeurde via een handmicrofoon. Later waren er stevige bakjes, formaat pocketboek, tot de kleine processoren van vandaag; achter het oor of met een magneet op de schedel.

De ontwikkelingen waar de afdeling R&D hier nu aan werkt, komen misschien  pas binnen 5, 8 of 10 jaar op de markt. Of niet, wanneer het niet haalbaar blijkt. Er wordt in verschillende richtingen gezocht en geëxperimenteerd, om steeds gebruiksvriendelijker apparaten te kunnen op de markt brengen. Dat gaat over batterijen die makkelijker oplaadbaar zouden kunnen zijn, tot implantaten die nog minimalistischer en toch performanter worden.

Ik was heel blij na deze interessante rondleiding. voor wie in de toekomst gebruik zal maken van een CI ziet het er steeds beter uit. Het is duidelijk dat er in de voorbije twintig jaar al een lange weg werd afgelegd, maar in de toekomst wordt de huidige techniek zonder twijfel verder verfijnd, en komen er nog betere mogelijkheden voor wie dit apparaat nodig heeft.

 

                                                                                                              Els Duchesne

 

Els Duchesne is schrijfster van het boek ‘Opnieuw vogels horen’ Dit boek verhaalt op een aangrijpende manier over haar zoektocht als dfna9 patient. Het boek is hier in onze webshop te bestellen.